Kruisbessen, Stekelbessen



A. Kruisbes in andere talen

Deens: Stikkelsbaer
Duits: Stachelbeere
Engels: Gooseberry (Crossberry)
Fins: Karviais-marjat
Frans: Groseille à maquereau, Groseilliers epineux (Groseille verte, Groseille tambours, Groseille croque-poux)
Hongaars : Egres
Italiaans : Uva spina
Nederlands: Kruisbes
Noors : Stikkelsbär
Pools : Agrest
Portugees : Uva do norte
Romeens : Agrisa
Slovaaks : Egres
Spaans : Uva espina, Grosella espinosa
Tsjechisch: Angrest
Turks : Büyürtlen Zweeds : Krüsbar
Vlaams : Stekelbes (Kroesels, Knoesels, Haarbes)



B.Benaming
De Nederlandse naam kruisbes zou afgeleid zijn van 'kroes'. Een woord dat we bijvoorbeeld nog terugvinden in 'kroeselhaar'. Dit zou kunnen wijzen op de warrige groei van de struik. Anderen verwijzen dan weer naar het feit dat het oorspronkelijk ging naar een verwijzing van de sterke beharing op de bessen. (op vandaag zijn de meeste rassen weinig tot licht behaard). In bepaalde lokale namen vinden we deze stam nog terug als 'kroeselbes of -beier,...".

De naam stekelbes is eenvoudiger te verklaren omdat de struik (meestal) flink gestekeld is.

Wanneer de kruisbes bij ons in cultuur is gekomen is niet echt geweten. In Engeland zijn er gegevens die teruggaan tot de 15de eeuw en verwijzen naar het gebruik van de gedroogde, geconfijte bessen. De Engelsen waren er verzot op om dit samen met gans op te dienen (vandaar de Engelse naam gooseberry").
Er zijn nog oudere Engelse verwijzingen naar een naam als 'koortsbes', daar de bes de reputatie had om koorts te doen afnemen.
Er zijn gegevens dat de kruisbes in de 18de eeuw regelmatig werd gekweekt, zelfs al als 'boompje' of 'snoeivorm'.

C. Kweek
In England en Noord Frankrijk was er reeds een belangrijke commerciële productie tijdens de middeleeuwen. er bestaat een scheepsrapport van planten die van Frankrijk naar Engeland werden verscheept in de 13de eeuw.We kunnen dus veronderstellen dat ze in de 'Nederlanden' ook zeker in cultuur waren.
Na verschillende eeuwen gekenmerkt door een aktieve interesse in het vermeerderen en kweken in Engeland, kon men vanaf het einde van de 18de eeuw een verminderde interesse vaststelen. Bij het voortschrijden van de industriële revolutie, trokken steeds meer werklieden weg van het platteland naar de steden waar de nieuwe fabrieken werden opgetrokken. Dit weerspiegelde zich tegelijk in een vermindering van het aantal typische productietuinen, zo kenmerkend voor de grotere landgoeden tot dan toe.
Tegelijk echter ontstonden er clubs van kruisbesliefhebbers, die zich specializeerden in het kweken van kruisbessen. De leden concurreerden met elkaar om de grootste bes van het jaar te kweken. Een traditie die nog steeds wordt voortgezet. Een aantal van die oude clubs bestaan nog steeds en ze organizeren nog jaarlijks gelijkaardige wedstrijden.

Op het einde van de 19 de eeuw werd het industrieel gebruik van kruisbessen (vnl. voor pectine) geleidelijk aan vervangen door andere fruitsoorten (appels). Dit zorgde ervoor dat tussen de twee wereldoorlogen de meeste, soms vrij uitgestrekte, boomgaarden van kruisbessen waren vervangen door andere gewassen. Dit betekende ook tegelijkertijd dat de soms zeer belangrijke export van kruisbessen uit België, Frankrijk en Nederland naar Engeland ook tot de geschiedenis gingen behoren....
Tot in de 60-70er jaren werd de nog bestaande kruisbessenkweek hoofdzakelijk gedomineerd door (vroegere) industriële variëteiten. Vanwege de voortdurende Amerikaanse-meeldauw aantastingen, waar deze rassen allemaal erg gevoelig voor zijn, begonnen enkele personen/instituten in verschillende landen te zoeken naar nieuwe industriële meeldauw tolerante kruisbessenrassen. Ook mede dankzij het baanbrekende werk van Dr. Bauer (Duitsland) die aantoonde dat door gerichte kruisingen met tolerante, wilde, bessensoorten men goede resultaten kon bekomen.

Hoewel er de laatste decennia enkele goede introducties waren van goede, nieuwe rassen, blijft de bestaande kweek -meestal als nevenopbrengst- gedomineerd door de oude variëteiten die strikte besproeiing met pesticiden vragen om oogstzekerheid te hebben.

Vanaf het midden van de jaren 90 konden we een hernieuwde interesse vaststellen in 'kleinfruit', en omdat ook het milieubewustzijn en de voedselveiligheid steeds belangrijker criteria worden bij de consument, nam de vraag naar 'ecologisch' gekweekt kleinfruit toe. Dit maakt dat beetje bij beetje de oude -niet meeldauw tolerante- rassen nu worden vervangen door meeldauw tolerante rassen die geen inzet van pesticiden vragen om fruit te kunnen produceren.

Vooral de tuinier heeft deze (nieuwe) rassen her-ontdekt, mede doordat enkele goede tolerante rassen ook geen stekels meer hebben. Dit maakt dat steeds meer mensen opnieuw de lekkere smaak ontdekken van versgerijpte kruisbessen uit de eigen tuin. Ook bij degenen die met voedselsupplementen bezig zijn, kennen de kruisbessen een vernieuwde interesse vanwege hun hoge gehalte aan vitamines, mineralen, anti-oxidantia...


Terug